Categorie archief: gereedmaken

5 juni 2017 Bye Bye Frans Polynesie, het was aangenaam vertoeven bij jullie

De voorbije weken zijn er enkele geweest van onderhoud. Maar het einde is in zicht. We zijn nu op zee onderweg van Papaeete, Tahiti naar Raiatea zowat 120 zeemijl varen of een goede twintig uur.
Daar gaan we nog even een technische stop doen om de electronica na te kijken, en daarna vertrekken we naar ons laatste Polynesisch eiland(Bora Bora) waar we uitchecken uit FP en op weg zijn naar een nieuw land, de Cook Islands.

We hebben de voorbije weken vooral aan de boot gewerkt. De reis van Papeete naar Apataki waar de boot lag hebben we met de pakjesboot Cobia III gedaan. Langzaam aan met een redelijk wilde zee heeft het twee en een halve dag geduurd. Ik had de indruk dat we met Sanuk rapper zouden gevaren hebben, maar ze hadden last van de hoge golven. En wij ook een beetje, het is een ligreis geworden.

De Cobia III vaart elke week langs een 5-tal atols

Maar om 02:00 uur kwamen we aan in de haven van Apataki dorp, en daar stonden enkele van de eigenaars van Apataki Carenage, de familie Lau, ons op te wachten. Samen met onze 150kg bagage zijn we naar het verblijf van de Lau’s in Apataki dorp getrokken, en de volgende dag met de boot naar de Apataki Carenage zelf, waar Sanuk op het droge ligt.

Een korte rit van twee uur, maar we kwamen wel doornat aan vanwege de wind die op de kop stond. Gelukkig zat onze bagage onder een zeil en was alles droog gebleven.

Van en naar het dorp vanuit de Carenage. Aan boord mamie, papie (rechtsachter), Dominque van Cap A Cap en rechts de helper Manou

We waren blij terug op onze Sanuk te zitten, ook al was het dan op het land en niet in de zee.

Happy to be back

Alles zag er op het eerste gezicht goed uit, niet te veel zwarte schimmel. We hebben een dag genomen om al het gerief weg te steken, en dan zijn we aan ons takenlijstje van 3 bladzijden begonnen.
De saildrives kregen nieuwe seals, de versnellingskoppelingen kregen terug een ruw oppervlak (lapping the cone drives noemt dit in het engels). Nieuwe olie en filters in de drie motoren, de nieuwe trampoline werd gemonteerd, het nieuwe code 0 zeil werd opgehangen.

Tony toont mij hoe het moet
De Honda van flipper is gefikst. Rechts William, midden Tony

Ilse hield zich bezig met de buik van Sanuk een nieuwe anti-aanslag luier aan te doen. Zestien liter Micron 66 anti algenverf, en
hij zag er weer blauw uit, onze Sanuk. De onderste laag is zwart, en daarboven blauw, zodat we kunnen zien wanneer we door de eerste laag zitten.


Er was echter een serieus probleem met de stuurinrichting: de roeren zaten muurvast. Het bleek dat langs het afsluitdeksel van de nood-roeren er regenwater naar binnen kwam, en dit viel op de
connectie van de verbindingsstang tussen beide roeren. Ik ben erin geslaagd om de geroeste kop van zijn pin af te trekken, en los te vijzen van de verbindingsstang.
Met geduld en vooral fosphor zuur kwam er elke dag wat meer beweging in, en op het einde was de verbinding van de kop in zijn houder terug soepel. Dan nog laten trekken in een oliebad, terug monteren en het stuur was beter dan ooit. In retrospect was dit probleem al een jaartje aan de gang, maar ik dacht dat het aan de stroefheid van de roerstang in zijn houder lag, maar dat bleek dus mis. Ik ben heel gelukkig
dat ik dit gevonden heb en met de hulp van Tony Lau heb kunnen oplossen.
De dagen zijn bloedheet in de Carenage, het is 32 graden en de zon schijnt ongenadig van 8:00 tot 16:00. Enkel in het uurtje ervoor en erna is het nog licht en is de temperatuur flink lager.
Dus om 6 uur s’avonds is het donker. Dan nemen we een heerlijk doucheke, en koken een warme maaltijd. Daarna lopen we nog even langs bij de familie Lau, of komen we samen met andere
zeilers die ook aan hun boot aan het werken zijn in de Carenage.

Heel veel Touamotanen kunnen een ukele bespelen, want tv is er niet
Ik hield het bij wat neurien, of met lepels proberen de maat te volgen…

Er liggen eind april nog een 20-tal boten, waarvan er drie a vier bewoond zijn. Iedereen werkt om zo snel mogelijk van de muggen, de hitte en windstilte af te zijn er terug op het water te liggen. Voor ons was dat twee weken, en hoewel dit lang is hebben we toch geen dag stil gezeten. Er is hier trouwens toch niets anders te doen behalve werken, veel drinken, wat eten en veel slapen. Meestal lagen we om 21:00 uur al in onze nest van een zalige slaap te genieten. Ik sta ’s morgens op rond 6:00 uur, maar Ilse blijft graag even liggen tot 8:00 uur. Ik geniet dan van wat personal time: wat naar podcasts luisteren (er is daar internet, maar wel traag – grootte orde van 20Kb/download snelheid), wat luisteren naar audioboeken of wat lezen.

Alfred Lau rijdt de draagwagen onder de boot.

Enfin, de dag kwam dat Sanuk te water werd gelaten, en dat we klaar waren om te vertrekken. De meeste werkjes waren bijna af, maar aangezien het moeilijk is om gerief in Tahiti te bestellen en naar Apataki te laten leveren, besloten we om zelf nog met de boot naar Tahiti te varen om alles af te werken.

2 van de 5 nursesharks, trouwe klanten van de Carenage

Maar eerst zijn we dus langs Rangiroa atol gepasseerd, waar we met een andere Apataki boot – You Neva Know – nog een weekje bleven. Ilse en ik hebben er duikles genomen, zodat we beide nu
niveau A bereikt hebben van het franse / Internationale systeem. Dit betekent dat we mogen duiken met begeleiding tot 29 meter diepte. (Normaal is het 20 meter, maar vanwege de temperatuur van het water en de goede zichtbaarheid is dit in Frans Polynesie 29 meter) Na vier duiksessies werden we goed bevonden om ons brevet te halen. De eerste drie lessen waren in ‘het aquarium’, een ondiepe plek
(9 meter) waar we oefeningen deden, maar de laatste twee lessen waren in de pas. Met een bootje gingen we buiten op zee, daalden af tot zo een twintig meter en kwamen dan met het hoogtij terug in
de pas gedreven. Als hoogtepunt was er een dolfijn die ons nieuwsgierig kwam bekijken en die we konden strelen, en een schildpad die zich met de heen en weer golf-stroming over de bodem liet
drijven en ondertussen van het koraal at.
Maar natuurlijk waren er ook ontelbare vissen en redelijk wat (ongevaarlijke) haaien. We zijn in elk geval blij dat we nu op de volgende eilanden zullen kunnen duiken.
Op het einde van de week was onze kookgas echter ver op. Ik maakte een misrekening ivm aantal volle flessen, en dus waren we aangewezen op wat er restte van de barbeque gasfles. Daarom zeilden we door
naar Tahiti, waar we na een tweetal dagen aankwamen in de ons bekende marina, het was immers onze derde keer.
Een beetje ongelukkige timing want het was net lang weekend van OLHV, maar de maandag kon ik toch in aktie schieten om de overgebleven of nieuwe taken aan te pakken.
Een boot is gemaakt om te varen, en de 6 maanden op het droge deden hem/haar geen deugd: de watermaker klaagde van een te hoge druk en de startbatterijen van de motoren die niet mee worden opgeladen
door de zonnepanelen bleken ook de geest gegeven te hebben. Enfin, een kredietkaart lost de meeste van deze problemen op, en voila, hier zijn we nu op zee naar ons volgend eiland aan het varen:
Raiatea, waar we reeds twee maal waren met respectievelijk Emma/Seba en Katie/Karel, maar waar nu een electronica specialist ons opwacht om samen eens door het systeem te lopen.
Het is sinds Colombia van kwaad naar erger gegaan met onze electronica: eerst liet de radar het afweten, dan twee van de 4 GPSsen, dan de AIS, en nu heeft de dieptemeter kuren: we denken dat hij
nog de juiste diepte aangeeft, maar hij pinkt steeds. Ik denk dat het een zaak is van corrosie: ergens is het netwerk slachtoffer van roest. We zullen het maandag waarschijnlijk weten. [Update na bezoek van de ‘expert’: het is waarschijnlijk geen corrosie maar de dieptemeter is end-of-life. We gaan moeten zien of we een nieuwe hier kunnen vinden (weinig waarschijnlijk), of we een nieuwe bestellen in de VS (10 dagen wachten) of we zo doorgaan met een manke meter. ]

Dus de sfeer aan boord is opperbest, we zijn beide blij dat we veel werk verzet hebben, en dat we weer reizen.
We hebben leuke mensen leren kennen in Apataki/Rangiroa/Papeete (Cheeky Monkey, Cap a Cap, YouNevaKnow, El Nido), we zijn enkele keren op restaurant geweest, en we hebben een mooi aandenken
aan de Polynesische eilanden gekocht, het staat Ilse bijzonder mooi…

De gekko aan boord is goed voor het opeten van insecten. (Lengte 4 cm)
Het familiebedrijf Lau
De nieuwste maskotte van de Carenage: Poua het varken.

22 februari Initiële Beschouwingen over Nieuw Zeeland

Een goede drie weken na mijn eerste kennismaking met NZ ben ik klaar om een eerste terugblik op het land, zijn inwoners en zijn gewoonten.

De mensen zijn heel vriendelijk en behulpzaam, maar ik moet opmerken dat ik dit reeds voor vele landen die we bezochten heb gezegd. Ligt het aan het warm klimaat, of merk ik dit gewoon meer op dan in België? Ik denk toch dat het aan de mensen ligt, ze verwelkomen je gelijk waar met een groet en een vraag hoe het gaat en of ze kunnen helpen. En “no worries” sluit meestal elke conversatie af. Toch mooi he, zonder zorgen de wereld in worden gestuurd?

De natuur is mooi en heel verschillend van wat we gewoon zijn in Europa: de bossen zijn veelal tropisch regenwoud, wat voor een soort voorhistorische plantengroei zorgt met metershoge varens en enorme woudreuzen (kauri). Toch is de houtindustrie alomtegenwoordig: de helft van de vrachtwagens op de landelijke wegen vervoeren gevelde boomstammen en overal zie je gerooide dennenbossen die terug aangeplant zijn met jonge boompjes. Er schiet nog zowat 20% over van de bossen die het eiland heel lang terug (pre 1800) volledig bedekten en door de ingeweken Europeanen werden geveld om plaats te maken voor weiland en akkers. Toch is dit nog een heel groen land, met veel regionale en nationale parken.

Er wordt heel veel geld in toerisme gestoken hier. De parken hebben allemaal zeer goed bewegwijzerde paden, die regelmatig onderhouden worden. Om de eeuwenoude kauri reuzebomen te beschermen tegen een oprukkende schimmel, staan aan het begin en het einde, en veelal ook midden in het bos een stand om je schoenen te ontdoen van modder, en in te spuiten met een ontsmettend middel. Op de drukke paden staan zelf vrijwilligers die deze ontsmettingsposten bemannen en je helpen om te ontsmetten. Dit project moet heel veel geld kosten, maar dient om het land en zijn fauna te bewaren voor volgende generaties. Ook vind je heel veel openbare toiletten langs de wegen, in de steden of langs de wandelpaden in het midden van het bos.

Je kan op twee manieren kamperen: in privé of officiële kampeerplaatsen die variërend zijn uitgerust met toiletten, douches, keuken, wasplaats en wifi. Of je kan overal wild kamperen tenzij het expliciet verboden is. Dan moet je echter over een “self contained” campervan beschikken: je moet kunnen 3 dagen op een plaats blijven zonder iets nodig te hebben of iets achter te laten in de natuur. Dit vereist aldus voor twee personen: een toilet/porta potti, 24 l vers water, opvang voor al het vuil water, een wasbak met stromend water en een vuilbak met deksel.

Hierover wil ik wel een beetje uitweiden: onze Burnie was niet self contained, maar hij leek er dichtbij. We hadden genoeg vers water, een wasbak en een porta potti. We kochten in het begin een vuilbak dus was het enkel nog het grijs water dat moest opgevangen worden in plaats van het door een gat in de vloer op de ondergrond te laten lopen. Ik las de informatie op de website van de NZ camper association, en het leek allemaal redelijk simpel. Dus ben ik naar de Miter10 getrokken om het nodige materiaal te kopen: afvoer flexibel van 25 mm doormeter en 3 meter lang, een afsluitkraan, een plastieken container van 25 liter, een ventialtiebuis van 15 mm. De afvoer moet met een N boog gebeuren om een reukstop te vormen, en indien de wateropvang kleiner is dan de vers water hoeveelheid moet er een monitoring zijn. Dit heb ik gemaakt door de verluchting van de grijswater tank omhoog te laten lopen tot deze boven het wasbakje, zodat dit niet meer wegloopt als de opvang container vol is. Ook moet de porta potti op elk moment bruikbaar zijn (op dit moment nog geen wet, maar binnenkort wel) en genoeg elleboogruimte hebben voor het gebruik. Onze Burnie heeft genoeg plaats, maar de vele minivans (vb Renault Espace) die nu nog gecertifiëerd zijn, zullen in de toekomst niet meer ge(her)certifieerd kunnen worden want als het bed is opgemaakt is er geen plaats meer voor de porta-potti.  De bijkomende verkoopstroef van een self contained van, en het voordeel om overal te kunnen kamperen zorgden ervoor dat ik in Wellington een inspectie aanvroeg bij een inspecteur. De initiële inspectie moet gedaan worden  door twee inspecteurs die hiervoor geen geld ontvangen, en het betalen van 55 NZD voor de kampeerassociatie. Helaas plattekaas, het is njet geworden: de zeer vriendelijke heren waren streng maar rechtvaardig. In tegenstelling tot de installatie getoond op het filmpje van ZigZag – duitse vrienden van Polynesie – liep het allesbehalve van een leien dakje. Het hangt duidelijk af wie de inspecteurs zijn en hoe streng ze zijn. Mijn inspecteurs maakten de volgende – terechte – opmerkingen: er is een darm met douchekop vroeger geinstalleerd geweest en nog steeds aanwezig, maar geen voorziening om het water op te vangen. De aanvoerleidingen zijn uitgevoerd in tuinslang, dit moet niet doorzichtige darm van levensmiddelen kwaliteit zijn, de afvoerleiding is wel 25mm, maar niet uitgevoerd in verstevigd plastiek, de afsluitkraan was bedienbaar van binnen in de auto, dit moet enkel van buitenaf kunnen. Er moet een afsluitdop op de afvoerdarm zitten om eventuele restanten van lekkend grijs water tegen te houden. Dit alles zorgde ervoor dat mijn investering van ongeveer 300 NZD niets opgeleverd heeft.

Mijn ontgoocheling was zo groot dat ik het project opgaf, maar nu er enkele dagen over gegaan zijn keert de goesting terug om het mischien nog eens te proberen. Ik ben er immers zo dicht bij… nog één bezoekje aan Miter10…

Nog enkele lossen bedenkingen die me te binnen schieten:

  • in elk openbaar toilet is er wc papier aanwezig en zeep in de zeephouder! Overal hangen er in de wc’s posters die je vragen om je handen te wassen.
  • de openbare bibiotheken zijn 6 of 7 dagen per week open en bieden gratis electriciteit en internet. Meestal is er ook een cafe in de bib.
  • de Nieuw zeelanders houden van hun koffie: bijna elk dorp heeft een cafe waar er een espresso machine staat, en er zijn tientallen soorten van koffies te bestellen: van flat white tot tall black en alles ertussenin.
  • heel veel mensen lopen op hun blote voeten rond
  • op publieke evenementen vind je een standje met gratis zonnecreme. Ook al is het soms niet echt heet, de zon kan hier snel zijn schadelijk werk doen.
  • NZ draagt de natuur in haar hart, maar in bijna alle grootwarenhuizen zijn ze heel gul met de plastieken zakjes.
  • bijna alle musea zijn gratis toegankelijk, maar de parking in de grootsteden is dan weer duur. In kleine steden is het dan weer gratis parkeren.
  • Het rijden op de wegen is een plezier: zeer mooi onderhouden en goed onderhouden. Bijna geen autostrades of drievaksbanen, maar brede wegen met duidelijke markering. Heel veel ronde punten, en met veel pijltjes van welke kant je moet uitrijden. Ook hebben grote ronde punten voorsorteervakken. Waar dit in Engeland moeilijk rijden was, blijkt dit hier bijna altijd zichzelf uit te wijzen.
  • De NZ kunnen niet inhalen. Het moet een nachtmerrie zijn voor hen om in Europa te rijden. Komt het door hun relaxe natuur, of zijn het schrikkepuiten? Feit is dat de limiet overal in NZ 100km/uur is, en wij meestal tussen de 70 en 80 rijden. Toch gebeurt het dat er kilometerslang er een auto achter ons hangt, terwijl er ondertussen hele lange rechte stroken zonder tegenliggers onder onze wielen door schuiven. Pas op de inhaalsecties met drie rijstroken halen deze auto’s ons dan in. Ikzelf heb zelden een inhaalprobleem :-), maar hier is het aangenaam rondrijden zonder de druk om ergens op tijd te moeten zijn. Als ik in de bergen soms op de pechstrook vertraag om een sliert auto’s voor te laten, zijn ze wel dankbaar met een licht- of geluidssignaal.
  • Je kan maar beter opletten voor je de straat oversteekt als voetganger hier: ten eerste komen de auto’s van de verkeerde kant, en anderzijds hebben ze niet echt veel respect voor de zwakke weggebruiker op twee benen. Voor de twee wielers vragen ze om 1,5 m plaats te laten, maar blijkbaar moet je als voetganger maar je plan trekken.
  • Je komt heel veel de voorhistorische naaldboom tegen in de bebouwde kom, en in de bossen de varens-op-een-stam (niet de wetenschappelijke benaming)
  • via de nummerplaat kan je op allerlei sites gedetaileerde informatie opvragen over een voertuig zoals type, bouwjaar, motor. Met een betalend rapport krijg je nog veel meer gegevens zoals datum van laatste inspectie, resultaat en nog meer. Heel handig als je op zoek bent naar een stuk voor je auto, of je een auto wil kopen, verkopen.
Gratis zonnecreme op openbare gebeurtenissen
De “varensboom”, tot 5 meter hoog
De zuinige spar, enig met kerstmis om de ballen goed te zien hangen
leuke fietsenstalling in Napier
beestenboel: De tuatara, een soort van 20 miljoen jaar oud. Heeft nog naast de velociraptor geleefd, maar hield zich heel stil en heeft zo kunnen overleven…
ondertussen in de supermarkt
Een nieuwe slave clutch cylinder voor Burnie, maar de verkeerde… Spiegelbeeld versie gewenst (zie verder in de tekst)
Overal in de parken vind je nette toiletten, deze waren gloednieuw
Helaas, in alle parken geldt dit verbod

 

Nog wat Burnie nieuws. Hij heeft wat last van ouderdomsverschijnselen de laatste tijd. Eerst was het een probleem met de hydraulische koppeling. Tot voor Burnie wist ik niet eens dat er een hydralische koppeling bestond, maar ik leer snel bij… Hij verloor olie langs de clutch slave cylinder wat ervoor zorgde dat bij koude motor de ontkoppeling niet werkte. Nogal vervelend: je wil remmen, dus druk je de koppelingspedaal in, maar hij blijft vooruit gaan… Daarom eerst een kleine beetje gas geven, de versnellingspook naar neutraal zonder te ontkoppelen en dan pas remmen. Niet echt goed voor het hart. Dus op zoek naar een mechanicien. We kregen mondelinge bijstand van 2 garagisten, ik kocht het wisselstuk (cruisers instinct: zorg eerst dat je het stuk hebt, en kijk later hoe je het gemonteerd krijgt) en zocht dan een mechanicien in de volgende stopplaats die het wou monteren. Het bleek evenwel het verkeerde stuk (zie foto) en een andere garagist heeft het juiste stuk besteld en gemonteerd. Prijs 140NZD (ongeveer 100 EUR) daar kon ik mee leven, zeker omdat ik het verkeerde stuk terug kon brengen naar de winkel.

Dit was nog maar net achter de rug of Burnie startte niet langer vlot, maar liet een diep gereutel horen in de plaats. Ik had mijn geld al ingezet op de batterij, maar het bleek de startmotor te zijn. Nieuw van Mazda voor 550 NZD (ai), maar wij hebben hem gevonden voor 80NZD bij een tweedehands autoonderdelen winkel (met 3 maand garantie: wet in NZ). Met montage ten belope van 70NZD. Mij hoor je niet klagen over de bereidwilligheid van garagisten om een passant dezelfde dag of de volgende uit de  nood te helpen..

Burnie was weer als nieuw toen hij last kreeg van flatulatus (zoals zijn eigenaar…). Het bleek een losgekomen pijp te zijn aan de uitlaat, gevolg van de vele kilometers op gravé. De diagnose was streng: nieuwe uitlaat want lapmiddeltjes gingen het niet lang uithouden. Deze keer was het iets duurder: 240NZD met plaatsing. Opnieuw waren we dezelfde dag terug in business, want ze hebben ons voorgenomen. Al bijal hebben we een volle dag ‘verloren’ met Burnie die van garage tot garage sukkelde.

En tenslotte het verhaal van ‘self containment’: inderdaad, Ilse had me goed ingeschat dat ik het er niet bij zou laten nu we zo dicht bij ons doel waren. Na een sleutel sessie op de parking van de lokale Bunnings-doe-het-zelve werd de doucheslang verwijderd, de aanvoer waterslang vervangen door een voedselveilig exemplaar, de afvoerslang vervangen door een niet kinkend exemplaar met een afsluiter op het einde en een stop. En we vonden een lokaal inspector echtpaar die ons op korte termijn wou helpen. Ze keken, inspecteerden, evalueerden … en zagen dat het goed was. Ik heb enkel de aanvoer leiding van water ondoorzichtbaar hoeven te maken met zwarte tape. Nota aan andere doe het zelvers die een wagen self contained willen maken: als we geen gordijntjes hadden gehad dan was het niet gelukt, want de redenering gaat dat je enkel in privacy van een porta potty gebruik wil/kan maken. Deze vereiste vind je ook niet op het web, allez tot deze blogpost dan.

Ja hoor, de self contained sticker hangt erop, de inspectors waren echt hartelijke mensen!