Categorie archief: gast

Gastverslag 3 Karel De Baere Huahine 15 oktober 2016

Ia Ora Na!

Nacht 8 en Dag 9 Moorea – Huahine

Het is zover – “de grote oversteek” van Moorea naar Huahine. Voor het eerst wordt er echt gevaren, weg van de kust, weg van de bewoonde wereld, met enkel de wind en de zee als constante.  Rond 15 uur ‘s middags wordt het anker gelicht en gaan we door de passe de Stille Oceaan op. Er staat een discrete bries tussen de 10 en 15 knopen wat maar net voldoende is om al zeilend goed vooruit te geraken.  Stef vindt dat uitstekend weer om zijn Oranje “Code 0” zeil uit te halen en eens te testen of de stikster degelijk werk heeft geleverd bij de reparatie.

Het oranje code 0 zeil met de witte herstelling van de zonneschade. So far so good.

De boot kreunt en haalt nu een gezapige 5 knopen. Moorea glijdt weg aan de horizon. We gaan aan tafel maar al het geschommel en de pillekes tegen de zeeziekte hebben duidelijk een invloed op de appetijt van de bemanningsleden. Dus erg veel gegeten wordt er eigenlijk niet. Alhoewel, de Kapitein laat de deining niet aan zijn hart komen en trekt een blik Pilchards in tomatensaus open dat vervolgens goed gemutst naar binnen wordt gewerkt (kwestie van de hoeveelheid reserve-proviand uit het vooronder gradueel af te bouwen).

Ook al hebben we electrische winchen, het kan geen kwaad om de spieren af en toe wat te oefenen. Hier bij het hijsen van het grootzeil.

De nacht valt en we verdelen de wachten. Ik kijk er eigenlijk wel naar uit om in het relatieve donker (het is bijna volle maan) wakker te blijven en de koers in de gaten te houden en kies dus voor de “hondenwacht”, tussen 0 en 3 uur ‘s nachts.  Zoals te verwachten was duurt het natuurlijk geen half uur of de wind sterkt stevig aan (toch in mijn definitie) en komt wat scherper aanwaaien.  Stef had gezegd: “als er iets is, moet ge niet aarzelen en maak je me maar wakker”, maar bij de scouts hebben we geleerd om “onze plan te trekken” en voor alles permissie gaan vragen bij het hogere gezag is niet echt aan mij besteed, dus maak ik wat beperkte koerscorrecties en hou op die manier de wind in de zeilen. Uiteraard buiten de waard gerekend, want de skipper heeft subiet gemerkt dat er aan het stampen en rollen van de boot wat is veranderd en verlaat zijn warme kooi om polshoogte te komen nemen. Na kort overleg, een blik op de GPS en een kleine aanpassing aan de stand van het grootzeil zag hij dat het goed was…

Eigenlijk is zo’n nachtelijke zeiltocht een bijna mystieke ervaring.  Je zit alleen in de stuurhut, met enkel de sterren, de maan en het spel van wind en golven als gezelschap. Pure natuur die je na een tijd in een soort trance brengt en waardoor de uren eigenlijk snel voorbijglijden.  Rond drie uur neemt Stef over; we fluisteren wat en  werken het logboek bij. Ik kruip in bed, val als een blok in slaap en wordt pas wakker op het moment dat ’s morgens de motoren worden gestart omdat de wind het laat afweten.

We spelen wat gezelschapsspelletjes en slapen wat bij tot we rond 14 uur de lagune van Huahine binnenvaren en vrijwel onmiddellijk ankeren om rustig wat te kunnen eten en snorkelen. Huahine bestaat eigenlijk uit twee eilanden binnen één koraalrif. Na de afwas beginnen we aan het laatste stuk van de overtocht en varen we binnen de turkooizen lagune naar Faré, het hoofddorp op de noordkant van het eiland.  Net voor zonsondergang vinden we een ankerplek en genieten met geel-rood-oranje tinten van een prachtige ondergaande zon.

De Windsong, een zeil cruiseschip dat we regelmatig tegenkomen

Dag 10 Huahine

Na een stevig ontbijt (pancakes met esdoornstroop) en een mok sterke koffie staan we om 10 uur aan de wal en huren een paar fietsen.

FAQ 9 – Fietsen bij tropische temperaturen, is dat wel een goed idee?

Dat valt uitstekend mee zolang ge u niet laat inspireren door het vuur en de ambities van de gemiddelde Vuile Brakée. Noem het “slow biking” als je wil.

Wie had gerekend op een Cube 29er met een Shimano XT versnellingsgroep en hydraulisch bediende Magura remmen als vaste zekerheid, vist achter het net… We zijn in Polynesië en fietsen doe je met een bike die het midden houdt tussen een meisjesfiets uit de jaren 70 en een Chopper uit Easyrider. Een stalen frame met dikke zware banden, enkel een torpedorem om onheil te voorkomen, géén versnellingen en een stuur in “longhorn” formaat als pikant (beter: pikerend) detail. Het geheel lichtpaars geverfd, kwestie van vooral niet op te vallen.

Enfin niet geklaagd, beter op de fiets dan te voet. We doen een prachtige rondrit op het eiland, met een tussenstop op een “pearl farm” en bezoeken nog een prachtige Marae (Maeva, met Visitor’s Centre)  aan de kust.  Alhoewel het oude geloof van de Polynesiërs animistisch van inslag was, worden we ook hier vriendelijk verzocht om het bordje met “A tatara ti to, tatou tia’a” te respecteren en onze schoenen buiten te laten staan (waarvoor “Mouruuru” ofte “dank u”). Gelukkig lopen we enkel blootsvoets  om het delicate weefwerk van bladeren op de vloer niet te beschadigen en niet om godsdienstige redenen.  Elegante hutten en boten bouwen, de Polynesiërs hebben er een handje van weg.

stenen vis fnuik op de rivier

Na een groepje heilige blauwogige alen in een riviertje om moed te hebben gebeden, rijden we de eerste (en enige) col van het eiland op om vast te stellen dat onze gebeden niet zijn verhoord… De weg slingert zich opeens naar boven met een stijgingspercentage van tegen de 15%, een oefening in nederigheid voor een minder geoefend fietser, we stappen af en duwen onze loodzware hippy bikes naar boven, zuchtend, puffend en nat van het zweet. Ook Stef ziet af, hij heeft wel versnellingen, maar sleurt een aanhangwagentje met gerief mee naar boven.

Na te voet (op een hongerige maag) een 200-tal hoogtemeters te hebben bemeesterd worden we navenant beloond met een absoluut verbluffend uitzicht op de andere kant van het eiland.

We koesteren ons met de wetenschap dat het vanaf nu alleen bergaf zal zijn en we ons dus rustig tot helemaal beneden kunnen laten glijden over blinkende asfalt.  Quod non!

Wat volgt zal een legende worden in de annalen (let op de dubbele “nn”) van ons nageslacht: Mevrouw mijn Echtgenote slaagt erin om haar torpedorem volledig op te smoren, het ding is misschien wel geschikt voor huis- tuin- en keukengebruik, maar voor het controleren van de daalsnelheid schiet de achteruittraprem volledig tekort. De naaf braakt donkere zwarte rook uit en Ilse gilt “Katie, pas op… uw fiets staat in brand…”. Gelukkig roept ze dat net voordat de rem finaal de geest geeft en wordt het ijzeren ros zonder ongelukken tot stilstand gebracht. Ik sta ermee te lachen, tot blijkt dat ook mijn torpedorem rook afgeeft. Résultat des courses:  we klommen te voet naar boven en mogen nu ook te voet naar beneden.

De rest van de dag genieten we van de uitzichten. Huahini is een zacht, vrouwelijk en vruchtbaar eiland. De natuur gedraagt er zich naar. Abondant groen, afgewisseld met prachtige vergezichten. Het eiland wordt niet voor niets “l’authentique” genoemd, het is één grote tropische tuin.

Na een laatste krachtinspanning duiken we de bar op het strand vlak bij de boot binnen, net op Happy Hour. Alles bij elkaar hebben we een 30 km gefietst onder de tropenzon. Terwijl Stef en ik de fietsen en de boodschappen wegbrengen bestellen de dames hun  eerste Mai Tai bij de ondergaande zon. Het zal niet bij één drankje blijven en de vermoeienissen van de dag én het feit dat we over de middag niks gegeten hebben zijn alras vergeten…

Karel en Stefan begroeten de vele fotografen, maar het was helaas voor de zonsondergang achter ons. Ook loopt net een bevoorradingsschip de atol binnen.

Dag 11 Huahine

Grotendeels een rustdag. We slapen uit, maken briochebrood en sterken de inwendige mens met een stevige portie spek met eieren.

Er wordt gekeuveld, gelezen, gescrabbeld en vooral veel gediscussieerd over de spelregels en hun verreikende consequenties. Voor de liefhebbers: vervoegde werkwoorden zijn tegenwoordig Scrabble-fähig, er zijn een pak woorden met Q’s, Y’s en X’en, maar je kan ze best op voorhand instuderen want als een woord niet wordt aanvaard ben je onverbiddelijk je beurt kwijt.

In de late namiddag verleggen we ons van het levendige Faré naar het zuiden van het eiland. Door een kleine inschattingsfout van de Kapitein – Stef maakt bij het navigeren énkel en alleen schoonheidsfoutjes –  moeten we na een uurtje op zee rechtsomkeer maken en de lagune opnieuw binnenvaren. De route buiten de lagune, langs de zeekant, brengt ons immers niet tot bij de snorkelplek Point Hiva die we voor ogen hadden.  Onder het motto “we go with the flow” beslissen we om voor anker te gaan in een prachtige baai (Bourayne Bay) die we een dag eerder met de fiets hebben aangegaan.

De Admiraal spot in de verte een aanlegboei op een idyllische plek en we beslissen om ons daar aan vast te leggen.  Zo’n maneuver lijkt in theorie makkelijk, tot je daar op het net tussen de rompen aan de voorplecht staat en die boei zo’n 2 meter lager onder je bootshaak doorglijdt. Bovendien weegt dat ding lood met al die doordrenkte meertouwen die absoluut geen zin hebben om uit het zilte nat gehesen te worden. Enfin, mits enige ruggenspraak tussen de dekknechten en hun baas, een tweede poging en wat gevloek ligt de boot aan de boei vast. Rest nog de telkens weerkerende endurance-test…

Ilse gaat er een aan de haak slaan… Met Karel zijn hulp!

FAQ 10 – Wat is dat nu weer, die endurance proef?

Stefan staat gekend als een voorzichtig schipper en zijn boot wordt enkel toevertrouwd aan aanlegboeien wanneer hij er zeker van is dat er bij frisse bries (5 bft) of matige wind (6 bft) geen ongelukken van kunnen komen. Lees: de boei en bijhorend betonblok moeten de 15 ton wegende Sanuk netjes op zijn plaats kunnen houden.

De proef is simpel: we meren aan en dan wordt er 10 seconden met beide motoren op volle kracht achteruit aan het meertouw en de boei getrokken om zeker te zijn dat de zaak muurvast zit. Tijdens die operatie knarsen die touwen en blijf je maar beter uit de buurt want er staat op dat moment nogal wat spanning op de landvasten. Laat ons het houden op:  “een veiligheidstest uitgevoerd (en uitgevonden) door de Kapitein, gekruid met een toets van vanille en geblancheerd in een saus van testosteron”.

Voor de taalpuristen: zo’n aanlegboei wordt in het Frans dood lichaam of “corps mort” genoemd. Het blijft dus ietwat luguber naar mijn mening: met twee motoren liggen trekken aan een lijk; het beeld van de vierschaar is nooit ver weg.

Nu de boot netjes gezekerd is profiteren we van de totale afwezigheid van golfslag in de baai om de mastlamp  die de voorplecht verlicht te vervangen. Stef kruipt in een harnas en laat zich door zijn echtgenote de mast inhijsen (met behulp van de elektrische winch weliswaar). Een broos moment waarop de skipper zich volledig overgeeft aan de nukken van zijn levenspartner. Ik tracht het geheel te filmen als een timelapse (het duurt allemaal nogal lang), maar dat mislukt jammerlijk omdat de batterij van mijn iPhone het voor bekeken houdt.

Enkele honden blaffen en Stefan en ikzelf dagen ze uit door te huilen naar de volle maan, gedurende 10 minuten weerklinkt over het meer niets dan honden- en mensengejank tot we ermee ophouden en aan tafel gaan om uitgebreid te dineren onder een volle maan.

Na de maaltijd zetten we wat muziek op en luisteren we tot bedtijd naar Leonard Cohen. Zijn lage en donkere stem (do you want it darker?) past perfect bij de sfeer in de baai en zorgt voor een meesterlijk meditatief moment. We laten het allemaal over ons komen en genieten van de rust en de natuur om ons heen.  Het water zit vol leven,  de vissen foerageren en springen af en toe naar insecten. In de jungle klinkt de roep van een ons onbekende vogel (volgens kenners verwant aan de Polifinario) en langs de oever vaart een Polynesische visser voorbij.

Onder de maan blinkt de rimpelloze lagune
Over de luwte van de lagune schuift moede de maan
Onder de maan in de luwe lagune schuift de kano naar zee
Langs het hoogtij, langs het laagtij
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee?

… om te gaan vissen!
(vrij naar Melopee van Paul Van Ostaijen)

(wordt vervolgd)

Gastverslag 2 Karel De Baere: Moorea een van de genootschapseilanden

Ia Ora Na!

Dag 4 :    9 Oktober 2016

Vandaag gaan we de zee op voor een korte oversteek naar Moorea, het eiland dat we vanop onze ligplaats al gans de week aan de horizon zien liggen, zo’n 17 mijl (31 km) verderop.

kkm-18Alle proviand is aan boord, de dames hebben hun pilletjes tegen zeeziekte ingenomen en we gooien de trossen los.  Ilse neemt via de VHF radio contact op met de havenmeester want er komen nogal wat overzet- en vrachtboten toe in Papeete haven en dus heb je de toestemming nodig om de havenuitgang, de “passe” door te varen.

FAQ 5 – wat is dat nu weer, een “passe”?

Relatief simpel: de eilanden zijn allemaal omgeven door een koraalrif (onderwater) of motu’s (riffen die boven het water zijn uitgegroeid en waarop aan tuinbouw wordt gedaan), daarbinnen ligt een lagune met rustig, relatief ondiep en kristalhelder water en in het midden daarvan het bergachtig eiland zelf (alle Genootschapseilanden zijn van vulkanische oorsprong). De golven breken niet echt zachtaardig op de riffen en het water klotst op die manier permanent  naar binnen in een grote kuip. Vanuit de lagune stroomt het weer naar de volle zee door één of meerdere passe’s, uitgesleten door de stroming, vol met vis. Sommigen zijn bevaarbaar, andere te ondiep, maar overal staat dus een tegenstroom bij het binnenvaren van de lagune.  We komen hier nog op terug want één en ander is niet zonder gevaar; zelfs niet voor een ervaren Kapitein met een absoluut aan hem verknochte bemanning…

Van de havenmeester krijgen we te horen dat we wat geduld moeten oefenen omdat één van de sneloverzetten uit Moorea in aantocht is.  Stef navigeert de boot dus een beetje uit de vaargeul opzij binnen de strekdam. In de verte zien we de ferry inderdaad met volle geweld toesto(r)men en zeer snel uitgroeien tot vrij impressionant gevaarte dat zonder veel discussie zijn eigen voorrangsregels afdwingt.

We varen de passe uit en ontrollen de genua (de “fok” voor onervaren groentjes zoals ik) en het grootzeil. Ineens komt Sanuk tot leven, het gebrom van de motoren valt weg, de boot piept en knarst, kreunt en steunt onder de druk van een wind rond de 14 knopen en snijdt door de golven. Volgens Stef is er maar net genoeg wind om goed te kunnen zeilen, voor ons is de deining en de golfslag meer als sterk genoeg voor een eerste kennismaking met de Stille Oceaan en de onverbiddelijke impact ervan op onze halfcirkelvormige kanalen.

We gooien twee vislijnen uit, maar de tonijnen hebben duidelijk in de mot dat het metalen glinsterding (met weerhaak) waar ze in moeten bijten fake is, dus we blijven alvast figuurlijk op onze honger zitten…

Na een dikke vijf uur varen lopen we de lagune van Moorea binnen.  Hier zijn de films over de Bounty opgenomen en de combinatie van een lichtblauwe lagune met de  grillige bergketens is absoluut betoverend.  “Mérite le détour” om het in Michelin-termen uit te drukken (ook al is dit specifieke omweggetje 16000 km ver weg). We ankeren in de buurt van een aantal andere schepen om te gaan snorkelen.  Op de plek waar we gaan zwemmen staat nog een stevige stroming dus het is wel oppassen geblazen en terwijl Katie en Ilse volop genieten van de onderwaterwereld en Stefaan met onverdroten ijver de onderkant van zijn schip (zeg niet zomaar “boot”) inspecteert, hou ik het relatief snel voor bekeken.

Die avond aperitieven we in de Hilton, het is net Happy Hour, dus – net als de  bemanning van de Bounty – laten we de discipline aan boord van het schip en spoelen we de restanten van het zoute snorkelwater met wat alcohol door.  Er is bovendien internet, dus onze bloedjes van kinderen worden gerustgesteld: het gaat ons voor de wind…  De dag wordt afgerond met een uitstekende zelf bereide maaltijd. Wat kan een mens nog meer wensen?

kkm-17
Kapitein verbroedert met het werkvolk

Dag 5

Tijd voor wat beweging. We staan met de zon op, nemen een stevig ontbijt en varen dan de Ōpūnohu baai in om 500 meter van het strand te ankeren.  Intussen is ook de copieuze picknick voor vanmiddag klaar en trekken we met Flipper (de dinghy) naar de vaste wal.  Vandaag staar er een stevige voettocht op het programma.  Deels tussen de weiden, deels door de jungle, deels door ananasplantages.  Een kleine 20 km, maar met de hitte, de vochtigheid en de hoogtemeters ruimschoots voldoende.

kkm-3
Vanop onze lunchplaats zien we: rechts Cooks baai in Moorea
kkm-2
… en links, Opunohu baai, waar Cook landde in 1777
kkm-4
Onbewaakt moment foto

kkm-5

FAQ 6 – zit het daar dan niet vol met vieze beestjes?

Wel dat viel allemaal uitstekend mee. Malaria komt op deze eilanden niet voor (al een chance – geen Deet verstuivers en geen Malarone pillen nodig). Denghé koorts komt wel op de eilanden voor.  De stranden zitten wel vol mieren en zandvlooien dus vooraleer ge uw badhanddoek bovenhaalt kan je maar beter even uitkijken naar een goede plek.  Van muggen hebben we relatief weinig last gehad, al was het zoetere bloed van Ilse toch occasioneel in trek bij prikkende (of geprikkelde?) geleedpotigen.

Het gevaarlijkste beestje op het land is een giftige honderdpoot waar je maar beter met een grote boog omheen wandelt. [Stefan: er zijn geen slangen of andere giftige dieren op de eilanden. De gevaarlijkste dieren op het land zijn de bij en de honderdpoot, de echt giftige zitten in het water.. ]

In de jungle voel ik me een beetje een ontdekkingsreiziger (maar dan één van het late uur, want het eeuwenoude pad is al discreet gebaliseerd).  De weg door de jungle draait en keert gestaag tot we uiteindelijk met een stevige klim uit het bos breken. Over de middag verslinden we onze picknick op een bergrug met een prachtig uitzicht op de kust en in onze rug de ruige resten van de krater die het eiland vorm gaf.  Omdat we geen kaart meehebben blijkt de terugtocht problematischer en langer dan verwacht.  Echt verloren lopen doen we niet, maar een paar keer moeten we toch op onze stappen terugkeren en de nodeloze kilometers wegen een beetje op het enthousiasme van de wandelaars.

kkm-6
Ilse toont de weg

kkm-22 kkm-21

kkm-7
een voorbeeld van een gevaarlijk landdier
kkm-19
en waar zitten die ananas nu?
kkm-20
Aha, hier zit er eentje

Terug in de buurt van asfaltbaan horen we het doffe geboenk van Polynesische muziek in de verte en lopen we recht op een rave party. Lokale twintigers hebben hun auto’s geparkeerd onder een impressionante bamboestruik met de hoogte van een eik. Met batterijen, versterkers en grote luidsprekers bouwen ze een  zondagnamiddag-feestje (met muziek en drank, zonder dans).

kkm-23

De laatste kilometers worden afgemaald aan een gezapig tempo. Op het strand vinden we een bar naast een geïmproviseerd petanqueterrein. Na wat aandringen duikt de waardin van dienst met ons in de koffer (van haar auto) en diept daar 4 liter koel bier uit op.  De lokale mede, Hinano, deed ons meer deugd dan een fles Orvelo na een toertocht.

We gaan terug aan boord, nemen een douche en verleggen ons naar een andere plek in de lagune, niet ver van het Intercontinental Hotel waar we reserveren voor een Polynesische avond die georganiseerd wordt voor de “normale” hotelgasten. Dat we ook hier weer blijven plakken aan de bar met een piña colada of een mojito is louter WIFI-toeval.

Dag 6

Vandaag is een rustdag. Na een uitgebreid ontbijt varen we met Flipper tot aan een plek in de lagune waar het maar een anderhalve meter diep is. Al snel zien we de eerste pijlstaartroggen in het water.  De beesten worden af en toe gevoederd door hotelgasten en zijn dus vrij tam, maar het blijft oppassen geblazen.  Je wil absoluut niet toevallig op een roggen-rug (wat een mooie alliteratie!) trappen als die, half ingegraven in het zand, zijn dutje ligt te doen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
pijlstaartrog die komt bedelen

We snorkelen tussen de koralen door en plots zijn ook de zwartpuntrifhaaien van de partij. Die beesten blijven gelukkig op een respectvolle afstand (en wat mij betreft is dat respect wederzijds).  Moorea verbergt duidelijk een deel van zijn charme onderwater want zo veel multicolore visjes heb ik nog nooit bij elkaar gezien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De opportunisten van de zee zijn er als de haaien bij

Stef weet aan één van de toeristenboten wat sardientjes te ontfutselen en de roggen hebben dat onmiddellijk gezien.  Zijn populariteit stijgt tot ongekende hoogten en plots zijn we omringd door een tiental roggen die allemaal sardienenbloed geroken hebben…  De beesten blijken echter zacht (van vel) en aardig (van gemoed) dus buiten het feit dat een oudere, bijziende rog Ilse’s vinger voor een stuk aas aanzag gebeuren er geen ongelukken. De vissen pletsen met hun vleugels in het water wanneer ze aan de oppervlakte komen zoeken achter een goedkope maaltijd.  Prachtige vissen zijn het, maar die lange pijlstaart blijft bij mij toch een kwalijke connotatie oproepen en ik ben eerlijk gezegd content wanneer we een halfuur later allemaal weer in de dinghy zitten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Karel, waar zit je? Ik word hier aangevallen! [ Karel zit nu al in de dinghy ]
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Gelukkig was er nog de kapitein
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
… en de admiraal die alles onder controle hielden.

Voor vanavond staat er cultuur op het programma.  We komen goed op tijd in het Intercontinental hotel aan waar het strand is omgetoverd tot een gezellig restaurant.  In een ondergrondse bakoven liggen wat speenvarkentjes te garen in bananenbladeren, en specialiteiten uit de verschillende eilanden worden gepresenteerd in aparte standjes, ze zien er overheerlijk uit. Het geheel wordt overgoten met een prachtige sterrenhemel en de geur van de zee.

kkm-9

 

FAQ 7 – en nooit last gehad van een té vlotte spijsvertering?

We waren erg goed voorzien van moderne geneesmiddelen, pillekes en zalfjes allerhande. Naast de traditionele zachtere middelen had onze EHBO doos ook de straffere toebak in voorraad, kwestie van ons spijsverteringsstelsel aeroob en anaeroob volledig te kunnen ontsmetten – just in case.

Ik durf het bijna niet te stellen, maar van alle verre reizen die we de afgelopen tien jaar hebben gemaakt is dit de eerste waar de Immodium en actieve kool ongeopend in de toiletzak is gebleven. We dronken nochtans gefilterd zeewater, aten lokale ijsroom, verorberden rauwe vis van de lokale markt en aten bananen met de kilo.

Enkel het doosje met artisanaal bereide pilletjes tegen zeeziekte werd aangebroken (met dank aan Magister Beirnaert).

Tijdens het eten wordt er wat gezongen, maar dan barst de show pas echt los.

kkm-10
Polynesische gezangen begeleiden de maaltijd

Beeldschone schaars geklede vrouwen, prachtige (eveneens half naakte) mannen; waar zelfs Stef (momenteel in zijn beste form en vorm) bij verbleekt.  De meeste vrouwelijke heupbewegingen worden aangestuurd door spieren waar ik het bestaan nooit van heb gekend. Ik kom ogen tekort. Onze dames laten het zich overigens ook welgevallen.

kkm-11
Het is telkens weer spannend om af te wachten of de natuurvezels sterk genoeg zijn om het de hele avond uit te houden
kkm-15
Hier wordt met vuur gespeeld
kkm-12
Ook de mannen doen niet onder voor de Vahines (= vrouwen in het tahitiaans) (een beetje een ongelukkige naam?)

De Polynesische jongemannen brengen een soort Haka waarbij een aantal maagden uit het publiek worden ontvoerd.   Ocharme – ge zijt op huwelijksreis en dan komt daar plots een gespierde Polynesiër voor u staan, die uw kersverse Amerikaanse echtgenoot doet verbleken tot een slap afkooksel van wat een man écht kan zijn… Het zal u maar overkomen.

kkm-14
Tahitiaanse Haka stoelendans
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Een indrukwekkend gezelschap

Dag 7

We varen een eindje terug over de lagune en ankeren ons in de buurt van Cook’s bay  recht tegenover de Manutea Tahiti.  Manutea Tahiti is een manufactuur waar ananas, mango’s en ander lokaal fruit worden verwerkt tot vruchtensap, confituur en Tahitian rum.

Ze zijn er vooral fier op hun 50° rum, maar die was toen wij passeerden volledig uitverkocht. Erger nog: de bar was toe wegens verbouwingswerken, dus even van de lokale gefermenteerde vruchtensappen proeven zat er ook niet onmiddellijk in.  Na een korte rondleiding, hebben we dan maar een voorraadje ingeslagen dat representatief was voor het nog beschikbare productengamma in de fabriek: naast veel gezond fruitsap voor het ontbijt o.m. een fles exotische ananaschampagne.

Dezelfde middag zijn we doorgevaren naar Paraoro, een stadje een paar kilometer verderop en hebben we “das Boot” geankerd in de buurt van het Moorea Beach Café (volledig toegewijd aan Veuve Cliquot).  Dat het café een comfortabele aanlegsteiger had in de buurt van de lokale Libre Service was meegenomen, want dan konden we weer bunkeren vooraleer de sprong te wagen naar het volgende eiland: Huahine.

kkm-16
Moorea yacht club met het Moorea Beach Cafe

Dit werd de lakmoesproef: 20 tot 25 uur varen, 80 zeemijl (150 km) af te leggen in een stevige deining. Een test voor onze zeebenen.

FAQ 8 – geraak je op die eilanden nog makkelijk aan eten?

Op elk eiland vind je kleine superettes waar de meest courante producten makkelijk te krijgen zijn.  Uiteindelijk zijn we in Frankrijk…  Brood en kip worden gesubsidieerd en zijn spotgoedkoop. Verse vis is uiteraard makkelijker te krijgen dan in België en vind je in stalletjes naast de baan.  Vlees (lam, rund) komt dikwijls uit Nieuw Zeeland.  Luxeproducten (bier, wijn maar ook kazen en spuitwater) zijn wat duurder dan normaal maar blijven betaalbaar.  Courante groenten vind je zoals thuis.  Fruit is er in overvloed met mango’s, lokale bananen (niet de Chiquita bucht),  papaya’s, ingevoerde appelsienen, etc.  Het grootste probleem: citroenen zijn op de eilanden en zelfs in Tahiti bijna niet te vinden. Het leven is er zoet – niet zuur;-)

(wordt vervolgd)