Categorie archieven: nederlands

April – Mei 2018 De oostkust van Nouvelle Caledonie

Toen we terugkwamen van Myanmar lag Sanuk op ons te wachten bij Carenocean Carenage (bewaring op het land). Hierna een beeldverslag van onze reis met Sanuk vanop het land in het water, en dan langs de oostkust van Nieuw Caledonie.

Welkom thuis: na elk verblijf op het droge is het een weekje werken om alles weer in zeilklare staat te krijgen
De saloon is een opslagplaats voor de zeilen en buiten kussens…
Een teer punt bij Lagoon: na 7 jaar is het beste van de privacy screens er af.
Het oude eraf…
… en het nieuwe erop
In Noumea krijgt Sanuk een retouche van de vensters en haar naam. In de achtergrond het nieuw venster.
Even een foto maken die moet dienen om Sanuk te verkopen. Reisgidsen op tafel, navigatie instrumenten aan, bevallige eigenares aan tafel. Het plaatje klopt.
Verkoopsfoto: Flipper, onze trouwe auto die ons al veel dienst heeft gedaan en ons ook al enkele avontuurtjes bezorgd heeft.
Voor we vertrekken naar Vanuatu en Solomon: provisie opdoen nu het nog kan. (NC is duur, we hadden voor 1000EUR)

We zijn vertrokken: van Noumea langs de kust via het Woodin kanaal naar Ouara baai.

Een rif bij het eiland Ouen. Het blijft altijd goed uitkijken en enkel met mooi weer te bevaren.
Ouara baai: Over het koraal via de gangplank, het diepe water in waar Sanuk ligt te wachten.
Ile Ouen, wandeling met bewolkt weer.
Zicht op Sanuk vanop de top van Ile Ouen
Op weinig gebruikte paden kom je soms valstrikken tegen die over het pad gespannen zijn.
Isle des Pins, baie de Gadji: fikse regenbui op komst.
Voor in het geval we verloren lopen. Toffe wandeling in Yate.
Het zoetwater spaarbekken van Yate, gevoed door de blauwe rivier. Zicht tijdens onze wandeling.
La riviere bleue, na de afsluitdam… Er is een gans systeem van sirenes want af en toe openen ze de spui(t)gaten en dan wil je niet aan het spelen zijn in een van de zwemputten.
Het water van het stuwmeer wordt naar de electriciteitscentrale van Yate gebracht.
Sanuk ligt net achter de linkse helling. We begonnen beneden aan de rivier en hebben nu zicht op de electriciteitscentrale van Yate.
Zijn er heel veel stervende bijen, of vallen ze gewoon meer op met een witte achtergrond? Dit hebben we al veel gezien op onze reis.
De zwarte limestones, kenmerkend voor de baai van Hienghene. Dit was het meest noordelijke dat we gevaren zijn.
Vlak na de rotsen ligt de baai van Hienghène, ook bekend als ‘la poule’
Bezoek aan boord
Mere poule (rechts) zorgt voor haar kuikentje (links midden)
Een mooi wandelingetje, maar ze hadden ons gewaarschuwd dat er al een tijdje niet meer was gemaaid.
Ilse gaat onverschrokken het struikgewas te lijf. Dit is het wandelpad.
De passieve doorstuurantennes van OPT (Office des Postes et Telecom), zo geraakt het internet langs de kust.
Het heeft even geduurd voor ik doorhad dat het bord niet op pluimvee slaat, maar op de staat van het wegdek.
Varend in de lagune, met zicht op het land en zijn afgeschraapte bergen. In het midden blijft er van een kanjer bijna niets over.
De rijkdom van Nieuw Caledonie zit hem in de grond. Hier wordt het ijzer- en nikkelerts verscheept voor versmelting in de fabriek van Prony
Deze berg is nog intact. Vele inwoners zijn niet echt gelukkig met de mijnen, maar aan de andere kant is dit de rijkdom die het verschil maakt met vele andere Stille Zuidzee eilanden.
Een typische weg aan de oostkust. Eens de hoofdweg af is het onverhard. 
De baai van Canala, tussen de mangroves in op weg naar de ‘stad’ (gemeente) Canala
Altijd zonnig weer op Sanuk!
Het lokale ‘franse’ brood
(we zijn duidelijk de hoofdstad uit) , en daarachter Ilse haar zelfgebakken brood, lekker!
De piepkleine marina van Touhou, enkel voor lokale boten. Sanuk ligt buiten voor de ingang.
Inkopen doen op de lokale markt van Tadine, Mare eiland
Mare: in de gids stond dit als een lokaal restaurant. Het bleek een snackbar bij het vliegveld, met enkel een dagschotel.

Hierna gaan we op weg naar Vanuatu, een reis van 22 uur die ons bij een nieuw land brengt en ook het bezoek van onze dochter Emma en haar vriend Séba. Dit wordt een volgende blog.

maart 2018 Hpa-An, Myanmar

In Mawlamyine gingen we nog met een groepje backpackers op een dagtrip naar een nabij gelegen eiland. Dat gaf ons de gelegenheid om op korte tijd veel kleine familiebedrijfjes te bezoeken. Alhoewel we de bomma en bompa van de groep waren, hadden we toch plezier met de andere groepsleden: twee Engelsen, een Ier (onverstaanbaar), twee Duitsers en een Francaise, allemaal van in de late twintig. Het geluk lachte ons toe, want plots kwamen we voorbij een trouwfeest. Onze gids, een charmante 75jarige Burmees troonde ons mee naar binnen. We troffen een zeer onwennige trouwer aan in zijn beste pak, naast zijn vlotte en Engels sprekende echtgenote. Na een halfuurtje vertrokken we terug, elk met een meeneem pakket eten dat uitmuntend bleek te smaken.

Op het eiland bezochten we ook nog een pijpmakerij (uitstervend beroep?), een kokosmatten fabrikant, een elastiekjesfabriek, een hoedjesmaker en een leienfabrikant voor de lokale scholen.

De elastiekjes productieccylus was interessant:

  1. rubber van rubberbomen wordt gemengd met ammoniak en een uur lang doorgeroerd.
  2. houten palen worden in de gekleurde oplossing gedompeld en omgekeerd te drogen gezet. (Dus geen productie in het natte seizoen)
  3. de kapoten worden van de palen gerold en op een hoop gelegd.
  4. De rubbers worden onder een snijmes in fijne reepjes gesneden
  5. De reepjes worden opgeraapt met een soort van stemvork om de goede van de slechte elastiekjes te scheiden. De elastiekjes worden nog eens op een grote hoop gedumpt om nog wat te drogen in de zon, vooraleer ze in zakjes gestopt worden.
  6. De toegebrande zakjes met elastiekjes worden blijkbaar over gans Myanmar verkocht en gebruikt.

De mensen van de elastiekjesfabriek verdienen elk ongeveer 3EUR per dag,als het weer werken toelaat en aan het gekuch van de werknemers te horen is dit niet een echt gezonde bezigheid.

In Mawlamyine namen we een boot om via de rivier naar Hpa-An te varen. Een trip van 6 uur, onderbroken door een halfuurtje bezoek aan een klooster langs de rivier. Het klooster was idyllisch rustig, er waren enkele moniken en een paar devote Burmeese bezoekers. Verder was er niemand.


In tegenstelling tot vele anderen hebben monniken geen last van luizen.

Op de terugweg van het klooster naar de boot kwamen we wel iets meer aktie tegen: een hanengevecht. Twee hanen met hun verzorgers (nou ja, managers) werden flink opgehitst door geblaas op hun achterwerk. (Ieder zijn ding he). Toen de hanen allebei moe waren werden ze elk in hun hoek van het canvas bijgewerkt door hun verzorger: kop gewassen, een soort van drug (suiker?) werd met water geforceerd binnengeduwd en er werd een pluimpje aan beide kanten van hun kop gestoken. Toen gingen ze weer tegen elkaar tekeer. Net toen ik wou te weten komen waar dat pluimpje goed voor was, werden we weggeroepen omdat onze boot terug ging vertrekken. Nu gaan we het geheim van de pluimpjes nooit weten..

Na een verdere tocht van 4 uur op de rivier, waarbij we kiezelbaggeraars en kanos volgeladen met grote families tegenkwamen, kwamen we aan in Hpa-An. Dit is een niet toeristisch stadje (want moeilijk bereikbaar) dat toch een paar heel leuke attrakties te bieden heeft. We bezochten twee grotten met mooie Buddha vereringen, een bedevaartsoord op de berg en we kwamen een groepje schoolkinderen tegen die een traditioneel dansje aan het instuderen waren. Vooral de beklimming van de Zwe Ga Bin berg was een ervaring: in het dal, bij de Lambini Garden, stonden 1100 bouddha in symmetrische opstelling tegen een achtergrond van de 723 meter hoge berg. We deden er twee uur over om boven te geraken (bij een temperatuur van tegen de 30 graden), namen boven een uurtje de tijd om de bouddha’s en de gelovigen in ogenschouw te nemen bij het nuttigen van een glaasje Birma thee, en keerden dan terug naar beneden langs dezelfde steile trap, maar wel een half uurtje vlugger. Een leuke ervaring waar we de dag nadien nog hebben kunnen van genieten (in de bovenbenen).

In de tempels moet je altijd goed uit je doppen kijken, ook in het halfduister. De bouwheer kijkt niet op een paar centimeter afwijking op de hoogte van een trede


Elke speciaal wankele rots of hoge berg huisvest een pagode. Ook deze hebben we beklommen! (Maar ’t was maar 50 meter hoog)


Veel gelovige Burmanen beklimmen ook de berg. Wij vroegen ons beneden af waarom er een monnik zand in pijkleurige zakjes zat te scheppen. Het bleek dat je je verdienstelijk kan maken voor de bouddhisten als je een pakje bouwzand of een baksteen deels meeneemt naar boven. Deze man droeg er zelfs 4!


Na een honderd hoogtemeters mochten de bakstenen of het zand achtergelaten worden.


Daar links in de verte trekken we naar toe. Maar nu moet ik gaan want anders kan ik Ilse niet meer inhalen…


En ’t was toch weer niet een stupa die daar boven stond zeker!


De keerzijde van de berg: de afvalberg. Ook dat is Myanmar.


Het begin van onze afdaling terug naar de vallei en zijn 1100 budhha’s. Onderweg kwamen we ook vele koppeltjes tegen die de berg beklommen, maar soms moesten de meisjes haast de berg opgedragen worden… En dan ineens zie je 80-jarige vrouwen die zonder forceren de berg opmarcheren met het doel om voor donker boven te zijn. Boven is er voor de Burmanen steeds onderdak en eten te verkrijgen.


Omgeving van Hpa’An met de scooter: traditionele woning met bananenblaren dak en zijkanten


Net buiten de Saddan cave: goudgele rijstvelden. Mooi.


traditioneel huis


Een van de vele tempels, maar ze zijn allemaal anders


Hpa-An mensen van het platteland komen waren kopen en verkopen via de rivier


Lambini garden


Durex Myanmar afdeling


Een Belgische schone tussen de Birmaanse

Er zijn steeds genoeg Buddha’s voor elke monnik


Overal vind je openbare waterkruiken om je dorst te lessen


Onze gids op het eiland: Antoine/Antonio/Antoon/Anthony


Het is wel geen Orvelo, maar het gaat binnen (geserveerd in het niet zo bijpassende glas… )


Alle budha’s noemen hier Waldo. Waar is Waldo?