Categorie archieven: stefan

21 oktober 2015 Vaarwel Cumberland Bay (Bezoek aan Soufrière) St Vincent and the grenadines

Kamping Cumberland Bay

zoals je kan lezen (correctie: zal kunnen lezen) in het verslag van Ilse hebben we de vulkaan Soufriere bedwongen (geblust). Een hoop vulkanisch gesteente,  1200 m hoog gestapeld. Bij het restaurant van Stefano, captain Sforo, hadden we het plan gesmeed om de vulkaan langs haar lastigste kant te beklimmen. De gids die we daarvoor nodig hadden was snel gevonden in de baai: Kenny, de rasta man zou ons begeleiden, na een taxirit met zijn vriend naar het noordelijke gedeelte van het eiland, Chateaubelair. Om zes uur de volgende morgen stonden we klaar, Ilse en ik, en Kenny. Ilse had turnpantoffels aan, ik stapschoenen en Kenny… zwarte hoge rubberen laarzen. Ik droeg een rugzak met wat proviand en 3 liter water, Ilse haar rugzak met camera en Kenny … een klein katoenen draagtasje (met naar later bleek een t-shirt). Enfin, de taxi was maar een half uurtje te laat, en om 7 uur konden we aan de tocht beginnen op het gitzwarte zand van Richmond, waar de noordelijke weg rond het eiland stopt. Onze eerste hindernis was de monding van een rivier oversteken op het strand, niet zo een probleem want het estuarium (ja ik weet het, ik heb het opgezocht) was heel breed, met een 10 tal ondiepe stroompjes gescheiden door eilandjes van zand, iets wat op blote voeten gemakkelijk overwonnen werd zonder zelfs maar een natte broek. Daarna volgden we het strand voor een kilometer, tot we het binnenland ingingen langs de droge monding van een rivier die enkel bij stortbuien gevuld wordt door kolkende massa’s water.

IMG_2691Indrukwekkend, maar niet iets om te doen als de hemel er dreigend uitziet. Maar geen nood, de hemel was zijn eigenste blauwe zelve, en beloofde om geen spelbreker te zijn bij het overschouwen van de vulkaan. De tocht vervolgde zich met klimmen, klimmen, klimmen. Langs een richel op een bergkam bedekt met dicht groen vorderden we langzaam onder het beschermende dak van tropische bomen en planten, met af en toe lage struiken die ons een uitzicht gaven over de aangrenzende groene valeien, met zijn hutjes en kleine bewerkte stukjes grond tussen een zee van wild groen. Het aarden pad was soms smal, met links en rechts een steile helling, gelukkig begroeid met struiken zodat we bij een eventuele val maar enkele meters diep zouden sukkelen. Omdat het droog was bleef het gevaar binnen de perken, maar ik zou niet graag bij regen op dit pad moeten vooruitkomen. Het moeilijkste was echter het voortdurende klimmen, over boomstammen, soms onder laaghangende struiken, maar meestal gewoon steil bergop. Op elk stuk dacht ik, zouden we hier met de mountainbike omhoog geraken? Of indien niet, zouden we naar beneden kunnen rijden? Op sommige stukken na, denk ik dat we meestal zouden gewandeld hebben…IMG_2692

De papieren gids gaf ons mee dat dit de moeilijke beklimming van de vulkaan was vermits het pad vertrekt op zeeniveau, maar we maakten toch mooie vooruitgang, langs het plakkaat van het halfweg punt, bij de grootste vijgeboom die ik ooit gezien heb (10 meter doorsnee?) tot we vanonder het bladerdak uit kwamen, en tussen borsthoge struiken en gras verder klommen. Wat later werd dat kniehoog, en op het einde wandelden we tussen gestuikte graspollen tot we aan de rand kwamen van de krater. Onder een open lucht keken we naar een diepe vallei, ik schat zo een 500 meter, met in het midden opnieuw een berg, maar niet zo hoog als de rand waar we opstonden. De Soufrière was aan het slapen, of lui een sigaartje aan het roken, want aan een kant zagen we wat sulfurwolken de lucht in warrelen. Rond de binnenberg lag een ondiep meertje, want het water kan niet ontsnappen vanuit de krater.

IMG_2703

IMG_2712

IMG_7534Boven op de rand hebben we wat gegeten (kokosnoot) en gedronken (water). Onze klim had drie uur geduurd, beter dan de voorziene vier. Kenny, onze gids had geen drinken of eten mee, iets wat hem slecht bekomen zou zijn als ik niet genoeg water mee had gehad. Maar we hebben alles broederlijk gedeeld, en na een half uurtje zijn we terug aan de afdaling begonnen. Deze was ook knap lastig, want doordat we een bedding van een 10 à 30 cm breed droog stroompje volgden, overgroeid door struiken en gras kon je de oneffenheden niet zien en moest je behoedzaam je voeten plaatsen, klaar voor scheefslaande enkels of knie belastende putten.

IMG_2697Na een tweetal uren waren we terug bij het halfweg punt (duidelijk niet halfweg, maar eerder 2/5 van de klim), en na nog een uur stonden we terug op het strand. De afdaling was dus ongeveer even lang als de klim, door het moeilijke terrein en de toenemende vermoeidheid.

Onze taxi stond nog steeds op ons te wachten, en na een frisse pint waren we terug bootwaarts vertrokken, met nog een extra taxirit van twee uur om geld of te halen om de mensen te betalen: 200 EC$ voor de gids, 300EC$ voor de taxi. Als ik in Sint Vincent woonde weet ik ook wel wat ik zou willen zijn!

De dag na de wandeling hebben we niet veel uitgestoken. En de dag daarna wat de boot gekuist, en een tripje in de mast gemaakt om een vogelnest van onder de radar te halen (het jong zat nog in het nest, maar het was nog enkel een verzameling veren en bleke beenderen. ) Met Ilse aan de lieren was dit een gelegenheid geweest om van mij af te geraken, maar het feit dat ik er nog ben zegt veel!

IMG_7559

Na 5 dagen hebben we Cumberland Bay verlaten, met bestemming de hoofdstad van Sint Vincent: Kingstown, of toch vlak erbij, in Blue Lagoon.

Op de windloze tocht hebben we nog wat man/vrouw over boord gespeeld met een zwemvest. En dat was maar goed ook, want anders waren er doden gevallen… (Hiervan geen foto’s) Oefening baart kunst, maar nog beter is de instelling die ik ergens gelezen heb: “een varende boot is als een bergtop, met aan alle kanten 1000 meter diepe afgronden.” Een beetje zoals de soufrière dus.

IMG_7520

19 oktober 2015 Cumberland Bay, St Vincent, St Vincent and the grenadines

Het is zondagochtend (denk ik), rond 5:30 want het is licht aan het worden. Ik kon niet meer slapen en ben opgestaan.
Sinds gisteren rond 16:00 liggen we in Cumberland Bay(tje),op het eiland St Vincent. We zijn gisteren vertrokken uit Bequia rond een uur of 11, na eerst nog wat inkopen gedaan te hebben: benzine reservoir opvullen voor Flipper, wat groenten gekocht en wat geld afgehaald.

We halen hier steeds kleine bedragen af, want ik heb een Visa kaart van Schwabb met drie grote voordelen als je veel reist: 1) geen wisselkoers kosten 2) geen transactie kosten 3) om sommige ATMs te gebruiken moet je een bedrag betalen aan de bank die eigeaar is van de ATM, en die onkosten worden 100% terugbetaald (Vooral in Amerika kan dit oplopen). Dus is het gebruik van deze kaart te vergelijken met geld afhalen in Belgie met je bankkaart. Vermits we vele kleine aankopen doen bij partikulieren, is het gebruik van cash meestal de enige manier om te betalen.

We hadden een kleine zeiltocht van ongeveer een uur of vier. Bij het verlaten van Bequia zagen we onze bestemming immers al liggen, maar de wind die sterk kan varieren in richting rond een eiland zorgde er toch voor dat we even onderweg waren. Op volle zee, tussen de twee eilanden in, hadden we een leuke ruime wind van 10 a 15 knopen, maar in de luwte van het eiland draaide de wind en kwam hij op de kop te liggen. Het laatste stuk, een uurtje denk ik hebben we op de motor gevaren.

IMG_7421
Sint Vincent, onze bestemming is reeds te zien van bij het vertrek
IMG_7427
Bequia, dat we achter ons laten

IMG_7425

Ik heb trouwens vrijdagvoormiddag me bezig gehouden met de olie te verversen van onze stuurboord motor, een Yanmar 38pk. Een primeur voor deze jongen, daarom ook dat ik er een uur of vier mee bezig ben geweest, want ik heb er mijn tijd voor genomen vermits het de eerste keer was. De volgende keren zal dat wat rapper gaan hoop ik: schaduw bache ophangen, olie uit de motor zuigen via de dipstick, rest via de drainage bout laten uitlopen, oliefilter vervangen, zoeken waar dat extra dichtingsringske van de drainage bout vandaan zou zijn gekomen, en nieuwe olie erin, alles opkuisen en wegbergen.

Onze aankomst in Cumberland Bay werd reeds vanop zee voorbereid: een man in een motorboot bood aan om ons te helpen met de speciale ankering die nodig is in de baai, namelijk met een anker dicht tegen de kant, en een lijn vanop de boot naar een boom. Dit wordt toegepast als de bodem van de baai erg steil afdaalt. Met zijn hulp was dit snel gefikst, en het zou moeilijker zijn om dit alleen te moeten doen, want je moet na het anker te hebben uitgeworpen, achterwaarts naar de kust varen om daar een lijn tussen de boot en de boom vast te maken. Na een nachtje slapen ben ik echter aan het overwegen om met onze boeg naar de kust te liggen, want nu krijgen de zonnepanelen niet genoeg licht, en zouden we meer privacy hebben, want nu zitten we met ons terras naar een huis aan de kant gericht.

IMG_7449
onze dichtsbijzijnde buren

Laat me eens proberen te beschrijven hoe deze baai eruit ziet. De ingang vanuit de zee is tussen twee beboste rotsen, en dan verbreedt het water tot ruwweg een cirkel.

IMG_7481
Cumberland Bay, gezien vanop onze wandeling
IMG_2680
het vulkanisch zand ‘strand’
IMG_2678
Sanuk, gezien vanop het strand. Bemerk de lijn naar de boot

Er is geen strand, het water komt tot tegen een groene berm waar de geiten in grazen. Op de kustlijn staan tussen de palmbomen een viertal huizen, en 100 meter daarna begint een helling van ruw groen, beplant met bananen- en palmbomen.

IMG_7461
Bananenboom op het strand

Er komt een riviertje uit op het midden van de baai, met ernaast een pontonnetje waar we kunnen aanleggen met Flipper. Er liggen ook nog twee ruines van betonnen aanlegstijgers. Op de helling ligt een dorp met vele kleurige huisjes, waar we vandaag eens naar toe zullen stappen. De rest van het land bestaat uit een afwisseling van steile hellingen en valleien die begroeid zijn met bomen. Kippen, honden en schapen zorgen overdag voor natuurgeluiden, en ’s nachts is er continu luid lawaai van piepende schommels. Blijkbaar zorgen kleine kikkertjes voor dit bizarre geluid. Gisteren bij valavond kwam een zwerm witte reigers zich nestelen in de bomen rond de baai, en zat er een groene reiger op de stijger intens de bewegingen van een krabbetje te volgen. Neen, er is geen drama gebeurd, elk is gewoon met het leven doorgegaan, maar het is toch leuk als je dit vanop 10 meter kan volgen. Deze morgen stonden er in het schemerdonker reeds een drietal jongens te vissen op een overblijfsel van een pier, en zag ik dat de andere zeilboot zich klaarmaakte om te vertrekken. (Om 6:30, die moeten zeker dringend ergens zijn?) Nu zijn we nog met 2 boten in de baai, een jacht die hier al een tijdje ligt en wij.
Er zijn reeds twee bootjes langs geweest, een die vroeg wanneer we vertrekken (we blijven vandaag zeker liggen) en een die avocado’s kwam aanbieden.

Gisteren hebben we ook reeds bezoek gehad van een fruitverkoper en een souvernierverkoper. De fruitverkoper hebben we kunnen gelukkig maken want hij had lekkere dingen mee: papaya’s, mango’s, stervruchten en passievruchten. We hebben ze van eigenaar laten verwisselen voor 28 EC$ (9 EUR), en wat overschot van (ongekookte) pasta. Dit is typisch hier, na de verkoop vragen ze en passant nog of we geen rijst hebben om mee te geven, of een pintje, of iets anders, want hij heeft 5 kinderen. [ Alsof een pintje zijn kinderen gaat blijmaken …]. Ik was benieuwd naar de passievruchten, want ze zagen eruit als een lichtgele melige appel. De schil was een halve cm dik, en daarbinnen zaten de zaadjes die een explosie zijn van smaak, zoals ik het kende van de Belgische versie, maar iets zachter.

Passievrucht en mango zijn mijn twee favoriete vruchten, en van het laatste heb ik er zeker al honderd verorberd sinds we in de Caraibben zijn want ze vallen hier letterlijk uit de bomen voor je voeten. Ze komen in verschillende soorten, elk met hun eigen smaak en variatie. Er zijn reuzeexemplaren (20 cm), kleintjes die een zweem van kokossmaak hebben, groene met donkeroranje vlees, .. maar allemaal hebben ze gemeen dat ik een doucheke moet nemen na het eten ervan. Ligt het aan mij?

IMG_7446
Onze vruchtenaankoop na aankomst, ik ben een passievrucht aan het verorberen

De souvenierverkoper had een tas bij met schreeuwlelijke dingen, die zijn vrouw had gemaakt. Portefeuilles in de kleuren van St Vincent (geel/groen/blauw), gemaakt door wol door een soort van plastieken gaatjesvorm te halen, totaal onbruikbaar. Een popje dat met veel goede wil charmant kon genoemd worden, en wat kleine houten dolfijntjes met een haakje. Dit is steeds moeilijk voor ons, enerzijds willen we de mensen wel wat geven maar anderzijds verwachtten we dat ze toch iet of wat realistische instelling hebben. Enfin, we hebben hem met een restje van rum blij gemaakt.
Ondertussen is het hier half acht geworden. De zon staat boven de heuvels, ik hoor kinderstemmen en ons broodje is (bijna) gebakken.
Tijd om Ilse op te roepen en aan onze zon-dag te beginnen…

Flash forward 20:00 uur.
Onze dag zit er bijna op, en hij is goed geweest. We hebben zo rond de middag een serieus wandelingske gemaakt, want we waren pas terug rond 16:00.

IMG_7478
Het begin van onze wandeling, voor we de jungle intrekken

IMG_7460 Eerst langs het in aanbouw zijnde stadion (het zijn hier bijna verkiezigen), dan de steile weg op naar het Cumberland dorp, en dan langs een asfaltbaantje langs het laatste huis, de jungle in. Onderweg zagen we de baai vanuit de hoogte, met ons Sanuukske.  We kwamen een Vincent (eiland inwoner) tegen en die waarschuwde dat de weg, the high loop, veel te lang was – hours -. Toch hebben we door gezet, langs brood-, mango-, bananen- en tropische bomen.

IMG_2687
Ilse zag eens mangos hangen

Ontelbare mango’s hebben we gezien, en diepe groene dalen en steile hellingen. Maar blijkbaar hebben we toch niet echt goed gekeken want achteraf bleek dat we dwars door marijuana (ganja) land zijn gewandeld…